Stinsenplanten
banner homepagina
blauwdruifje

Stinsenplanten

Wat zijn stinsenplanten?

winterakonietenStinsenplanten zijn planten die voornamelijk als sierplant rond de tweede helft van de 19e eeuw op landgoederen, buitenplaatsen, states en herenboerderijen werden gebruikt. Ze komen oorspronkelijk niet voor in Nederland, of slechts ver weg, bijvoorbeeld in Limburg. Vele van hen hebben hun natuurlijke verspreidingsgebied dus in andere landen en gebieden, maar zijn hier na aanplant verwilderd en hebben stand gehouden tot de dag van vandaag. Het woord stinsenplant is afgeleid van 'Stins', het Friese woord voor Stenen huis. Een stins betekende vroeger een gebouw van een rijkere; het gewone volk had geen geld voor steen, en woonde in houten huizen. Stinsenplanten zijn vaak voorjaarsbloeiers en hebben een opvallende, kleurige bloeivorm. De meeste soorten zijn bolgewassen en overwinteren dus als een bol onder de grond. Enkele bekende voorbeelden van stinsenplanten zijn: Bosanemoon (Anemone nemorosa), Sneeuwklokje (Galanthus nivalis) en Wilde hyacint (Scilla non-scripta). De meningen over wat de definitie van een stinsenplant is, zijn verdeeld en veranderen voortdurend. Dit komt onder andere omdat de eigenschappen qua verspreiding, wat samenhangt met eventuele verandering in lokaal klimaat, door de jaren heen zijn veranderd. Een goed voorbeeld van een definitie is de volgende (volgens Hillegers, 1969 en ook: Londo en Leys, 1979): "Een soort die in zijn verspreiding binnen een bepaald gebied (vrijwel) uitsluitend beperkt is tot stinzen, buitenplaatsen, oude boerenhoeven, pastorietuinen en aanverwante milieus zoals kerkhoven en oude stadswallen." Een lijst van Stinsenplanten is opgenomen onder de knop 'Soorten'.

Geschiedenisfolly op elswout

In de 17e eeuw - de gouden eeuw - was er sprake van economische groei in Nederland. Ook nam de bevolking in de steden toe. Grote delen van het Hollandse landschap werden opnieuw ingericht. Dit gebeurde om nieuwe vormen van industrie, nijverheid en landbouw mogelijk te maken. Daarnaast werd ook ruimte gereserveerd waar de drukke stadsmens aan het jachtige stadsleven kon ontsnappen. Steden werden namelijk steeds drukker en viezer, met hun ratelende koetswielen en stinkende paardenvijgen en grachten. Men kon ontspanning vinden in de rust en ruimte van het buitenleven en men had hiervoor ook meer te besteden. In het begin zocht de elite vooral in zogenoemde herenkamers van boerderijen een rustige plek (een soort chique kamperen bij de boer dus), maar al snel werden complete, nieuwe buitenplaatsen aangelegd. Dit waren complexen bestaande uit een huis met een parkachtig aangelegde tuin en soms een compleet agrarisch bedrijf met bijbehorende landerijen.

schilderij van landgoedVeel van deze nieuwe buitenplaatsen lagen in streken als Kennemerland, westelijk Delfland en bij ‘s-Graveland, gebieden die hoog en droog lagen op strandwallen, zandruggen en binnenduingebieden. Maar ook de oeverwallen van rivieren waren vanwege de goede bereikbaarheid vanuit de stad over water, populair. Verschillende landgoederen zijn door de jaren heen lang in families gebleven, en vaak uitgebreid; men kocht land bij om het landgoed te vergroten. Sommige landgoederen, borgen, havezaten, herenboerderijen en buitenplaatsen zijn nog steeds in bezit van families, anderen worden beheerd door natuurbeherende organisaties zoals Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten, landschappen, provincies of kleinere natuurbeherende organisaties.

Biologie

vingerhelmbloemStinsenplanten zijn vaak (vroege) voorjaarsbloeiers. De bloeitijd varieert per soort van januari (Sneeuwklokje) tot juli (Keizerskroon). Het is voor deze bloemen van belang om, nog voor de warmte losbreekt en andere planten en bomen wakkerschudt, te bloeien. Op een vroege bloei hebben ze zich aangepast door het voedsel in de winter op te slaan in een bol, knol of wortelstok. Zo hebben ze snel voedsel paraat en zijn ze in staat om het zonlicht dat nog tussen de kale takken van bomen door schijnt, op te vangen. Stinsenplanten zijn dan ook vaak in halfopen bos te vinden en langs bosranden en in weiden op landgoederen, op erven van Herenboerderijen en bij kerkhoven etc. De planten komen van nature voor in bossen, maar ook in berggebieden, waar ze geen of bijna geen struiken en bomen om zich heen hebben die het licht wegvangen.

Stinsenplanten en tuinbloemen

witte narcis of cultuurvariant?Een heleboel soorten zoals sneeuwklokje, narcis en sleutelbloemen, zijn zeer bekend omdat ze ook te koop zijn bij tuincentra en bloemenwinkels als tuinplant en in veel tuinen vind je deze soorten terug. Deze zijn echter vaak niet dezelfde als stinsenplanten, maar zijn verder gecultiveerd. Neem bijvoorbeeld de narcis. Deze is er in Wit met oranje hart, Geel met een geel hart, lichtgeel met een donker hart, Geel met een lichter gekleurd hart, enzovoorts. Zelfs sleutelbloemen zijn tegenwoordig verkrijgbaar in paars en roze. Waarschijnlijk zouden deze cultivars het ook heel goed doen op stinsenplaatsen, en de soorten die wij stinsenplanten noemen, sieren menige tuin. Toch zijn cultivars geen stinsenplanten, zelfs al hebben ze dezelfde kleur. Ze horen dan ook niet op landgoederen en dergelijke thuis. Ook zijn stinsenplanten meer dan tuinplanten die toevallig al wat meer generaties in 'grote tuinen' staan. Deze planten kunnen genetisch materiaal herbergen, die lang geleden al uit de cultivars van nu zijn gekweekt. Op sommige plaatsen hebben beheerders in het verleden enthousiast geprobeerd de cultuurhistorie levendig te houden, door er 'stinsenplanten' bij te planten. Dit heeft vaak niet gewerkt, voornamelijk als ze bij kwekers gehaald werden. Deze hedendaagse cultivars staan misschien mooi, maar zijn geen aanvulling op de stinsenplanten. Op sommige landgoederen e.d. kun je daarom nog wel eens verrast worden door een iets te bonte verzameling voorjaarsbloeiers, waartussen je soorten ziet, die ook in openbaar groen worden gebruikt om de lente op te fleuren. Wie zekerheid wil of de bollen die worden gekocht, stinsenplanten-soorten zijn, moet goed op de wetenschappelijke naam letten die op de verpakking staat. Een derde woord in de naam duidt op een cultivar. De wetenschappelijke namen van stinsenplanten staan in de soortenlijst.

Naar boven